Mollen

Mollen zijn harde werkers.
Het wekt bewondering als je ziet wat deze beestjes aan werk verzetten.
Het vele werk dat ze verzetten, wordt alleen niet door iedereen zo positief gewaardeerd.
Door de vele hopen wordt de grasmat ernstig beschadigd.
Om dit probleem op te lossen zullen de mollen bestreden moeten worden.

Natuurlijke vijanden.
Diverse vogels zoals: Blauwe reigers en uilen zijn vijanden van de mol.
Ook Marters, Bunzings en Wezels doden mollen

Methoden om mollen te bestrijden:

  • Vangen met klemmen.
  • Fosforwaterstof

Met een speciaal doseerapparaat worden tabletten magnesium- of aluminiumfosfide in de diepere mollengangen gelegd. Deze tabletten reageren met vocht (uit de lucht of bodem) waardoor een uiterst giftig gas, fosforwaterstof, ontstaat dat door de gangen drijft.

  • De volgende dingen werken NIET!
  • Water in de mollengang laten lopen.
  • Glas of stenen in de gangen leggen.
  • Flessen in mollengangen plaatsen.
  • Een geluidsapparaat plaatsen
  • Gaas om of onder de tuin plaatsen.

Een mol is een dier van ca. 12 tot 16 cm lang.
Hij heeft een mooie zachte vacht, die haast altijd zwart is.
Het meest opvallende zijn de twee voorpoten, die naar buiten gedraaid staan.
Een mol kan zich met zo’n 8 km /u voortbewegen, zowel vooruit als achteruit.

De mol kan heel goed veranderingen in temperatuur en vocht waarnemen.
De oren zitten in de vacht verborgen. Gehoor en reuk zijn matig en het zicht is slecht.
Wormen eet de mol het meest, verder lust hij ook slakken en insektenlarven.

Mollen eten zo’n 100 wormen per dag.

 De mol gaat 2 tot 3 keer per dag op zoek naar eten. De tijd dat ze dat doen is afhankelijk van het seizoen. Hoelang een mol vroet is afhankelijk van het voedsel dat hij tegenkomt. Zijn er veel wormen dan zal hij snel genoeg hebben en dus minder vroeten.
Als de grond droger wordt gaan de wormen dieper de grond in. Dus zal ook de mol dieper moeten om aan eten te komen.
De mol houdt geen winterslaap. Soms verzameld hij een wintervoorraad.

De doorsnee van de gang is 4 – 5 cm en zitten op verschillende dieptes. Bij de oppervlakkige gangen wordt de grond wat omhoog gedrukt, bij diepere gangen wordt de grond naar boven gewerkt waardoor molshopen ontstaan. De gangen staan met verticale gangen met elkaar in verbinding.

De gangen zijn een soort vallen. Wormen vallen door het dak van de gang en de mol schuimt om de zoveel tijd door de gangen om de wormen te zoeken.
Als er geen sloot in de buurt is drinkt een mol grondwater.

Mollen hebben ieder een eigen territorium. Ze komen op hoofdgangen na niet in elkaars gangen. Behalve in de paringstijd (feb. – mrt.). De mannetjes komen dan in de gangen van de vrouwtjes.

De dracht duurt 4 – 5 weken, waarna 2 – 7 jongen geboren worden. In 3 weken zijn ze tot bijna volwassen gegroeid en is de vacht ontwikkeld.
De jongen worden 4 – 5 weken gezoogd en blijven daarna nog 2 – 3 weken bij elkaar in het gangenstelsel van hun moeder.

Begin juni verlaten de jongen hun moeder en zoeken een eigen territorium.

Er kunnen meerdere mollen in 1 gang gevangen worden omdat:

  • Hoofdgangen worden door meerdere mollen gebruikt.
  • Een territorium dat vrijkomt doordat b.v. de mol gevangen is, kan snel weer door een andere mol worden ingenomen.

 Ook kunnen wij u leren hoe u een klem moet zetten, waarna u zelf de mollen kunt vangen.

U wilt meer advies, de mollen laten bestrijden of klemmen kopen. Bel 0113-405667 of mail.